US Herinneringsspeld met een verhaal.

US-vliegtuigcrash-speldje

8th Air Force Wing die op Spicer’s  polsketting was bevestigd.

Een hele kleine aanwinst maar met een enorm verhaal. Dit speldje heb ik recent gekregen van de heer Frank uit Lochem die het als jongeman in de oorlog heeft gevonden tussen de niet geborgen restanten van een bij Lochem gecrashte P 47 Thunderbolt met aan de boord 2/Lt Harold E. Spicer. De heer Frank vond in de resten van het toestel een polsketting met daarop deze US wing van de luchtmacht. Hij bracht de ketting naar de politie en heeft er nooit meer iets van gehoord. Later vond hij dit stukje terug wat er blijkbaar was afgevallen en hiervan heeft hij deze speld gemaakt. De laatste resten van het toestel zijn een aantal jaren geleden geborgen door de ARGA. De heer Karl Lusink heeft het toestel toen geresearched en we mogen zijn informatie gebruiken voor ons verhaal. Hartelijk dank collega’s van de Aircraft Research Group Achterhoek. Hierbij het hele verhaal:

Een P47 crash bij Lochem

Op 21 september 1944 komt er om kwart over 4 in de middag tijdens een hevig luchtgevecht een Amerikaanse P47D “Thunderbolt” jager neer achter Zwiepseweg 143 in Langen, tussen Zwiep en Lochem. Het toestel slaat te pletter op een stuk land vlak naast de Berkel en de piloot komt bij de crash om het leven. Wie was deze piloot? En wat speelde er zich deze dag af in de lucht boven Lochem en omstreken? Aan de hand van bewaard gebleven Duitse en Amerikaanse documenten zullen we u precies vertellen wat er zich die dag afspeelde.

Arnhem

Deze 21ste september is een dramatische dag voor de Engelse luchtlandingstroepen op de Rijnbrug bij Arnhem. ’s Morgens in alle vroegte geven de laatste para’s zich over aan de Duitse overmacht bij de brug. De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie kan dan alleen nog maar verdedigende stellingen innemen in en rond Oosterbeek. Het is ook de dag dat eindelijk de 1ste Poolse Parachutistenbrigade gedropt kan worden na enkele dagen van slecht weer in Engeland. Zij worden bij Driel gedropt en veroveren de zuidelijke Rijnoever die later van eminent belang zal blijken te zijn bij de evacuatie van de Engelse para’s uit de perimeter rond Oosterbeek. Ook het feit dat de Amerikanen de dag ervoor de Waal bij Nijmegen waren overgestoken kan het tij niet meer keren. De slag om Arnhem is voor de Geallieerden verloren. Arnhem is “a bridge too far”.

 

Bevoorrading

Ondanks het feit dat de Britse para,s bij Arnhem steeds meer terrein verliezen, gaat het droppen van voorraden door de RAF gewoon door. Op deze dag zullen 64 Stirlings en 53 Dakota’s voorraden  afwerpen bij Oosterbeek. Van deze 117 toestellen zullen er maar liefst 33 niet terugkeren op de basis in Engeland. (6 hiervan maken een noodlanding in België). Het Duitse afweergeschut (Flak) en aanvallen van jachtvliegtuigen eisen een zware tol onder de bevoorradingstoestellen. Voor de bescherming van de bevoorradingstoestellen zijn er die dag meer dan 300 jachtvliegtuigen in de lucht. Engelse Spitfires en Mustangs en Amerikaanse P-51 en P-47 jagers.  Hiervan zijn er 90 van de 56ste en de 353ste Fighter Group die er ondanks het nog steeds niet al te beste weer in Engeland toch in slagen om op te stijgen en in de richting Arnhem vliegen voor ondersteuning van grondtroepen en bevoorrading. De Luftwaffe zet die dag ongeveer180 jagers in tegen de Geallieerde luchtlanding bij Arnhem. Een confrontatie kan dan ook niet uitblijven.

Luftwaffe

Om 15.15 uur (Duitse tijd) stijgen er 15 FW 190 jagers van de 3e Gruppe van Jagdgeschwader 11 (III./JG 11) op van de basis Achmer. Om 15.30 uur gevolgd door 19 FW 190 jagers van de 4e Gruppe van Jagdgeschwader 54 (IV./JG 54) vanaf Plantlünne. Zij hebben de volgende opdracht:

“Bekämpfung gelandeter Feindtruppen im Tiefflug in raum Nijmegen-Arnheim mit schwerpunkt Brückenkopf nördlich Nijmegen”.

Wegens slecht zicht in het gebied bij Wesel raakt de gevechtsgroep gedesoriënteerd en men besluit om terug te vliegen naar de vliegbasis. Tijdens de terugvlucht raakt IV./JG 54 de aansluiting met III./JG 11 kwijt. Om even na 4 uur in de middag bereiken ze de omgeving van Lochem en raken daar in gevecht met Amerikaanse Thunderbolts.

Amerikanen

Om 12.45 uur (Engelse tijd) stijgen er 35 P-47 “Thunderbolt”jagers van de 56ste Fighter Group op van de basis Boxted voor het beschermen van Stirling bevoorradingstoestellen die op weg zijn naar Arnhem. Om 14.04 uur bereiken ze de omgeving van Arnhem op een hoogte van 18.000 voet. Ze vliegen dan in de richting Nijmegen en van daar uit in de richting Deventer, op zoek naar Luftwaffe jagers. Boven Deventer draait men 180 graden en om even na 4 uur in de middag bereikt men Lochem. Daar treffen ze een groep van ongeveer 20 Duitse FW 190 jagers en er ontstaat een hevig luchtgevecht.

Lochem

Het zijn de Thunderbolts van het 63ste Fighter Squadron die boven Lochem in gevecht raken met IV./JG 54. Vanaf een hoogte van 3500 voet duiken de Amerikanen op de totaal verraste Duitsers. Er onspint zich een gevecht op leven en dood waarbij in de Gemeente Lochem  4 Duitse FW 190 jagers neerkomen en een Amerikaanse P-47. Hierbij komen alle piloten om het leven. In totaal claimt het 63ste Fighter Squadron 6 FW 190 toestellen te hebben neergeschoten. Zelf verloren ze 2 toestellen. 2/Lt Oscar.L. Cagle komt om het leven aan de Bellinckhofweg in Saasveld. En om kwart over 4 sneuvelt  2/Lt Harold E. Spicer achter Zwiepseweg 143 in de Gemeente Lochem. Hij vloog met een P-47D  met het serienummer 43-25515 , deze kist droeg de naam ANN-K.

De 4 Duitse jagers komen neer, aan de Goorseweg, aan de Ampenseweg, aan de Keppellaan, en in Verwolde. 2 van deze piloten liggen tot op de dag van vandaag als onbekende begraven op de Duitse Begraafplaats in het Limburgse Ysselsteyn.

Begraven

2/LT Harold E. Spicer was afkomstig uit Cleveland in de Amerikaanse staat Tennessee en was nog niet zo lang bij de 56ste Fighter Group ingedeeld. Hij vloog dan ook samen met een ervaren piloot. Op deze dag was hij de “wingman” van 1/Lt Cammeron Hart. Maar ook een ervaren piloot aan zijn zijde kon niet voorkomen dat hij werd neergeschoten. Op 23 september 1944 werd Spicer begraven op de Algemene Begraafplaats in Barchem, in vak II, graf 162. Op 21 februari 1946 wordt hij herbegraven op de Amerikaanse Begraafplaats in het Limburgse Margraten. Hij rust daar nu nog in Plot H, Rij 5, Graf 20.

Berging

In de zomer van 1999 en 2001 heeft de ARGA een aantal keren gegraven in het weiland langs de Linge aan de Zwiepseweg tussen Lochem en Zwiep. Een groot aantal delen van de Thunderbolt van Spicer werden opgegraven. Daaronder delen van de rechter vleugel, staart, cockpit, motor en motorbeplating. Verder werden er zuurstofflessen, een propellerblad en een compleet landingsgestel gevonden. Ook vonden we een gedeelte van de naam ANN-K . Voor de Stichting een waardevolle berging ook al om het feit dat we onomstotelijk bewezen dat dit het toestel van 2/LT Harold E. Spicer was.

 

Spicer

2/Lt Harold E. SPICER

Bronnen:

Missing Aircrew Report (MACR) 9166 for 2/LT Harold E. Spicer. - National Archives at College Park, USA.

Combat Mission Report – 56th Fighter Group/63rd Squadron, 21/09/44 – Air Force Historical Research Agency, Maxwell Air Force Base, Alabama, USA.

The American Battle Monuments Commission.

US Military Cemetery Margraten.

Gemeentearchief Lochem.

Kriegstagebuch 3. Jagddivision.RL-8/177 - Bundesarchiv/Militärarchiv Freiburg.

Namentliche Verlustmeldungen  IV./JG 54, (21/09/44)– Deutsche Dienststelle WASt ,Berlijn.

Samengesteld door Karl Lusink ARGA 17/09/2004.

Met hartelijke dank aan de heer Frank uit Lochem en Karl Lusink van ARGA.