Bijzondere spullen van de verdwenen Joodse gemeenschap uit Hengelo Gld.

Jodenster Edith Jacobs en divers 575

Dit bijzondere lot kreeg ik van Willy Hermans, hij publiceerde al meerdere boeken en dit materiaal heeft hij voor zijn boek Adres Kervel kelder, over de Joden onderduikplek op landgoed het Kervel, gebruikt.

Er zitten ook nog twee persoonsbewijzen bij die ik nog verder wil uitzoeken en een aantal documenten uit zijn eigen familie en waar het toeval wil dat die oom in de oorlog op het adres woonde waar nu het museum is gevestigd.

briefkaart achter 575

briefkaart achter 575

Een briefkaart vanuit de trein op weg naar het concentratiekamp Mauthausen.

 

Deze briefkaart gooide Samuel (’Broer’) Jacobs uit de trein, op weg van Westerbork naar Mauthausen. Hij was één van de zes Hengelose mannen die op 8 oktober 1941 waren opgepakt bij een grote razzia door de Achterhoek en Twente.

In totaal werden ongeveer tweehonderd joodse mannen gearresteerd. Zo ook in Hengelo. Op een marktdag, woensdag 8 oktober 1941 ’s ochtends om 7 uur, voor het oog van talloze getuigen, werden vijf mannen uit Hengelo door de Grüne Polizei in een overvalwagen gestopt. Drie van hen waren broers: Philip, Jacob en Simon Philips. Philip (‘Fiepke’) kwam net terug van kabelwacht bij ’t Zelle. Hij werd door voorbijgangers gewaarschuwd niet naar huis te gaan, maar sloeg deze waarschuwingen in de wind en werd bij zijn huis direct de wagen ingeduwd.

Jacob was doodziek, maar moest ondanks een attest van dr. Meinders en tussenkomst van burgemeester Van Hoogstraten toch mee. Op de vraag van de burgemeester waarom de mannen werden weggehaald, antwoordden de Duitsers: “Diese Sache erledigen wir selbst”. Jacob’s vrouw en kinderen waren op dat moment naar Zutphen. Ze troffen bij terugkeer een leeg huis; ze hebben nooit afscheid van elkaar kunnen nemen.

Ook Simon en diens buurman Lowieke Meijers moesten mee. Lowieke woonde bij zijn ouders. Vooral voor het huis van slager Philips speelden zich hartverscheurende taferelen af. De ouders zagen dat drie zonen weggevoerd werden. Huilend probeerden ze door te dringen tot de overvalwagen, maar werden hardhandig door de Duitsers teruggeduwd.

De vijfde persoon was Samuel Jacobs. Dochter Edith vertelde dat de avond ervoor wel telefonisch bericht hierover op het gemeentehuis was binnengekomen, maar dat dit niet was doorgegeven. Inderdaad is op het gemeentehuis de order van de Ordnungspolizei in Arnhem binnengekomen dat alle politieagenten om half acht paraat moesten staan, om eventueel assistentie te verlenen. Het doel hiervan werd er niet bij medegedeeld, maar was niet moeilijk te raden. Betty Löwenhardt verklaarde dat haar vader Jules gewaarschuwd was door de politieman Van Suntenmaartensdijk en daardoor op tijd kon onderduiken.

Samuel had een manufacturenzaak aan de Spalstraat, samen met zijn broer Max. Ze woonden ook naast elkaar boven de zaak, elk met hun eigen gezin.

Max Jacobs hoefde zelf niet mee. Hij was wel thuis maar kreeg de boodschap daar te blijven totdat zijn zoon Philip Uri, die in Laag-Keppel verbleef, gearresteerd was. Dat moeten verschrikkelijke uren geweest zijn, wachten tot je zoon opgepakt wordt…

Philip Uri Jacobs werd inderdaad gearresteerd, zodat Max voorlopig ‘veilig’ was. In de na-oorlogse overzichten staat Philip Uri vermeld als Hengelose burger, hoewel hij formeel niet tot de eenenveertig ingezetenen van 10 januari 1941 behoorde. Ook op de lijst van Hengelose slachtoffers wordt hij bij elke dodenherdenking genoemd.

Blijkbaar moest er van elk gezin een mannelijk lid mee tussen de 18 en 50 jaar. Volgens de opgaven waren drie gezochte joodse mannen niet thuis. Dit moeten Jules Löwenhardt en de broers Leo en Jaap Meijers geweest zijn.

Deze zes en de overigen in de overvalwagen kwamen nooit meer terug. Ze werden allen naar het afschuwelijke steengroevenkamp Mauthausen in Oostenrijk getransporteerd. Alle zes vonden nog in oktober 1941 de dood. Begin november kregen de families hiervan bericht. Ze zouden zijn overleden aan een ‘hartkwaal’. Over de omstandigheden wist toen nog niemand iets te vertellen. Daar kwam pas na de oorlog meer duidelijkheid over.

Wel kreeg de familie Jacobs nog deze briefkaart van Samuel, dat hij uit de trein op weg naar Duitsland gegooid had. Het was afgestempeld op 10 oktober 1941.

Er waren mensen die langs de routes naar de kampen naar dit soort brieven en kaartjes zochten en zorgden dat deze ook werkelijk bezorgd werden. Deze briefkaart is ter beschikking gekomen van Edith Jakobs-Jacobs, de dochter van Samuel Jacobs. Zij overleefde de oorlog, net als haar nicht Hetty door onder te duiken in de kelders van ’t Kervel. Na een inval, waarbij o.a. Max en een broertje werden opgepakt, hielden de nichtjes zich in een bos bij Vorden schuil, waar ze in november 1944 werden gevonden. Het laatste half jaar bleven ze tot de bevrijding in het kamp Westerbork.

Familie Jacobs met Edith vooraan 575

Op deze foto zit Edith op de voorgrond. 

De Jodenster van Edith Jacobs

Jodenster Edith Jacobs voor 575

De Jodenster, met ingang van zondag 3 mei 1942 moesten alle Joden in Nederland de zespuntige 'Jodenster' dragen (per persoon voorlopig maximaal 4 sterren, per 4 sterren (of minder) één textielpunt, prijs per ster 4 cent (omgerekend naar de waarde in 2015 is dit: € 0,25), door de dragers zelf te betalen. De Nederlandse sterren werden in Enschede in textielfabriek de Nijverheid gemaakt. Dit joodse familiebedrijf werkte onder een niet-joodse zaakwaarnemer - arische Verwalter - in dit geval een Duitser. In totaal werden 569.355 sterren geproduceerd. Het valt ons vaak op dat de eigenaren van de sterren er vaak toch wel zorgvuldig mee omgingen en dat is hier ook te zien aan de voering op de achterzijde van de ster.

Jodenster Edith Jacobs achter 575

 

Edith schreef ook nog een paar brieven naar huis in afwachting van haar repatrieering uit Westerbork.

Brief Westerbork voor 575

brief 2 westerbork voor 575

Hieronder een deel van de papieren van de heer en mevrouw Voskamp in de oorlog woonden zij in het pand waar nu het museum is gevestigd.

PB en stamkaart Voskamp marktstraat 8

PB en stamkaart Herman Voskamp 575

Willy Hermans heeft alles geschonken aan de collectie van Jean Kreunen van het Achterhoeks Museum 1940-1945.